Argh, doe gewoon normaal!

Achter elk gedrag ligt een emotie. Achter elke emotie ligt een behoefte.

Een gillend kind, liggend op de vloer in de supermarkt omdat hij geen snoepje mag. Een man die door het lint gaat in de rij voor de kassa, omdat het te lang duurt. Een vrouw die in huilen uitbarst omdat ze de tram nét mist. Hoe ga je hiermee om?

‘Stel je niet zo aan’ ben je misschien geneigd te denken.

‘Het gaat toch nergens over’.

Je tilt je kind van de vloer op en dreigt met geen I pad als hij niet stil is. De man in de supermarkt wordt wellicht de supermarkt uitgezet door de manager. En de vrouw die de tram mist kan eveneens niet op support rekenen. ‘Het is maar een tram die je mist, de wereld vergaat niet’ ben je misschien geneigd te denken.

Allemaal voorbeelden van situaties waarin gereageerd en geoordeeld wordt op basis van gedrag. Maar wat als we leren om verder te kijken dan het gedrag dat we zien? Achter elk gedrag ligt namelijk een emotie.

Emoties bouwen gedurende de tijd op. Je kunt dit zien als een emmer die langzaam volloopt. De situatie die jij ziet, zal net hetgeen geweest zijn wat de emmer deed overlopen. En als een emmer overloopt, zijn emoties en gedrag niet meer te reguleren.

Onredelijk, buiten proportioneel gedrag of emoties die niet in verhouding staan met de situatie die zich voordoet.

Wat op zo’n moment niet werkt en niet helpend is, is om te reageren op het gedrag. Het gedrag afkeuren of straffen. De emmer loopt namelijk al over, door iemand op zo’n moment aan te spreken op zijn of haar gedrag (of te straffen) gooi je nog een extra schep water in de emmer. Gevolg: verdere uitbarsting van verdriet of woede. De situatie loopt nog verder uit de hand.

Wat is op zo’n moment dan wel helpend? Leer te kijken naar de behoefte van iemand. Achter elke emotie ligt namelijk een behoefte.

  • Stap 1: Erken de behoefte van de ander. Bijvoorbeeld: ‘Je wilt nu snoepjes uitzoeken, want die vind jij lekker’.
  • Stap 2: Erken de emotie van de ander: Bijvoorbeeld: ‘Je bent boos dat dat van mij niet mag’
  • Stap 3: Geef erkenning. Bijvoorbeeld: ‘Dat snap ik, snoepjes zijn ook lekker’
  • Stap 4: Leg uit. Bijvoorbeeld: ‘Maar mama heeft thuis nog heel veel snoepjes liggen. Te veel snoepjes eten is niet gezond.’
  • Stap 5: Zoek een oplossing: ‘Vanmiddag bij de thee mag jij thuis een snoepje uitzoeken’.

Bij een man in de supermarkt of de huilende vrouw bij de tram is het niet nodig om uitgebreid te reageren. Wel helpt het om op zo’n moment verder te kijken dan het gedrag dat je ziet. Deze persoon heeft waarschijnlijk een rot dag achter de rug. Of gaat door een moeilijke tijd heen. Door te zeggen ‘Hè wat rot hè als je net de tram mist’ of ‘Irritant hè die drukte in de supermarkt’ geef je wel de erkenning voor de emotie, waardoor de emotie vaak al zakt. Een klein gebaar, met misschien wel een groot effect.

Iedereen heeft behoefte aan erkenning en begrip. Door verder te kijken dan het gedrag dat je ziet, kun jij voor iemand het verschil maken.